Acupunctuurstijlen

Wereldwijd bestaan veel scholen die opleidingen bieden in Traditionele Chinese geneeskunde (TCG) en met name acupunctuur.

Toch is acupunctuur effectief toepassen in de klinische praktijk nog een hele kunst. Hieronder een overzicht van veel beoefende stromingen; dit kan nuttig zijn om verschillen in aanpak duidelijk te maken. De ene benadering past beter bij een specifieke patiënt, klacht of therapeut dan de andere.

Wat is de standaard?

Traditional Chinese Medicine (TCM) = Traditionele Chinese Geneeskunde (TCG) heeft twee betekenissen. Het is:

  1. een verzamelnaam voor alle verschillende tradities en scholen van Oost-Aziatische geneeskundige geneeskunde bij elkaar: Chinees, Japans, Koreaans, Vietnamees, acupunctuur, kruiden, dieet, massage, enzovoort.
  2. de naam van het medische systeem gebaseerd op kruiden en acupunctuur dat in de jaren 50 in opdracht van de Communistische partij van China werd samengesteld, uit een combinatie van traditionele kennis en moderne biomedische wetenschap.

TCM in de tweede betekenis is de stijl van acupunctuur waarin de meeste acupuncturisten zijn opgeleid bij hun basisopleiding, de meest beoefende stijl wereldwijd. Het is de norm binnen de Chinese ziekenhuizen, ontworpen om goed samen te gaan met kruidengeneeskunde en andere behandelwijzen.

Japanse acupunctuur

Wordt in het Westen meestal als een specialisatie na een basis-TCM-opleiding gedaan.
Acupunctuur kwam samen met Chinese kruidengeneeskunde in de zesde eeuw CE naar Japan, en werd daar al snel de norm. De verfijning die de Japanse cultuur op alle vlakken kenmerkt, is ook terug te vinden in de geneeskunde: men probeert zo veel mogelijk effect te krijgen met zo min mogelijk stimulatie. Er zijn 2 hoofdstromingen in Japan: de wetenschappelijke acupunctuur, die spreekt over huidstimulatie en zenuwen, en de traditionele acupunctuur, die werkt met de qi en zich baseert op de klassieke teksten. Toyohari, meridiaantherapie, Kiiko Matsumoto-stijl en shonishin zijn voorbeelden van Japanse acupunctuurstijlen.

Ooracupunctuur

Acupunctuur van het oor is de bekendste, maar er zijn diverse microsystemen: hoofd, hand, voet, enzovoort. De microsystemen zijn 20ste-eeuwse vindingen en gebruiken het betreffende lichaamsdeel als ‘kaart’ voor het hele lichaam, maar ze zijn niet gebaseerd op de acupunctuur-meridianen. Het oor is gemakkelijk toegankelijk en er is geen sociaal taboe om het te laten zien, waardoor ooracupunctuur veel gebruikt is in de verslavingszorg, traumazorg en als pijnbestrijding in militaire omgeving. Ooracupunctuur kan ook prima aanvullend op de gewone acupunctuurbehandeling worden gebruikt. Opmerkelijk en weinig bekend: ooracupunctuur is voor een groot deel  in Frankrijk ontwikkeld, waarna China het overnam in haar eigen curriculum.

Elektro-acupunctuur

Elektro-acupunctuur bestaat in twee varianten. In moderne Chinese ziekenhuizen wordt stroom gezet op de naalden, wat de intensiteit van de stimulatie verhoogd. De keuze voor de punten die geprikt worden, is gebaseerd op de traditionele indicaties. Daarnaast zijn er tegenwoordig stromingen die beweren meridianen ‘door te meten’ met een machientje, volgens verschillende methoden waaronder NAET. Dit laatste heeft weinig meer te maken met traditionele Chinese geneeswijzen en acupunctuur, en is meer een alternatieve variant binnen de moderne biogeneeskunde.

Laseracupunctuur

Laseracupunctuur is niets meer of minder dan het gebruik van een laser om het acupunctuurpunt te stimuleren; een behandelaar kan daar soms de voorkeur aan geven boven metalen naalden. Laser kan ook lokaal worden gebruikt om het weefsel zichzelf te doen herstellen.
Lees meer over laseracupunctuur >>

TENS

Bij TENS worden elektroden op de huid geplakt, waardoor via een apparaatje een elektrisch stroompje wordt gestuurd, met het doel pijn te verminderen. De methode komt uit de elektro-acupunctuur, maar omdat patiënten de elektroden gemakkelijk zelf kunnen toepassen, zijn ze geschikt voor thuisgebruik. Ze worden ook veel gebruikt bij bevallingen.

Dry needling en triggerpoints

Dry needling is een sterk vereenvoudigde vorm van acupunctuur, waarbij in zogenoemde triggerpoints in de spieren wordt geprikt met het doel ze te ‘triggeren’ of ontspannen. Oorspronkelijk dienden voor dit triggeren injectienaalden om vloeistoffen in de spieren te spuiten, omdat dit ‘wetenschappelijker’ leek, later bleek dat het ook met injectienaalden zonder vloeistof lukt (vandaar ‘dry’ needling). Tegenwoordig zijn, veel dunnere, acupunctuurnaalden gangbaar. In Nederland mag deze methode ook door osteopaten en fysiotherapeuten worden gedaan, maar in veel andere landen is dat illegaal en moet je er een acupunctuuropleiding voor gedaan hebben.

Stammen en takken / ‘Klassieke’ acupunctuur

Het stammen- en takkensysteem is een systeem waarbij de therapeut de te prikken punten niet bepaalt door de medische diagnose met tong en pols, maar van te voren uitrekent aan de hand van de kalender. Zo komt de situatie van de patiënt meer overeen met de ritmen van het universum, een vorm van astrologie met naalden. Omdat dergelijke ritmen, zoals die van de seizoenen, al in de klassieke boeken beschreven zijn, noemen sommige beoefenaars dit ‘klassieke acupunctuur’.

Wellicht vindt je dit ook interessant …

Zhong-hooikoorts